Ik vind je niet

Ik ben uit de tijd gevallen.

Vind mezelf bij een steen.

Bomen fronzen naar die man

getorpedeerd hierheen.

 

Vermoedelijk weet de steen

waarvandaan ik kom of het pad terug erheen.

Ik ben niet dood. Waar ben ik in welk jaar?

Ik geboor hier in het lentegroen

kruip als een razende naar

hoe waar wat, houvast vind ik er geen.

 

Ik betast het gras waarop ik kniel

het ruikt naar aarde om me heen

terwijl ik- schizofreen- ruimte doorklief

in banen als een satelliet.

 

Ik vind je hand niet om me aan vast te klampen.

Ik vind je lippen niet om voor te vallen.

Ik vind je ogen niet om door te zakken.

Ik vind je adem niet om door te pakken.

 

Onverstaanbaar praat de wind

geen bloem kijkt terug.

De steen: Prikt pijnlijk ogen in mijn rug.

Getuigt stil. Ik keer er steeds naar terug.

Zwijgt als het graf.. is het een poort?

 

Ik ben een onoplosbaar raadsel.

Blaadje in de wind. Losgeslagen spaak.

Duizelig van de rondjes die ik draai.

Zoek m'n wiel. Jank zonder klank

alsof iets onnoemelijks

moet worden uitgedreven

bij elke meter die ik maak.

 

R.D. 1 april 2017

 

 

 

>

<