sprookje1

sprookje

 

Iemand had eens last van teveel zonlicht dat naar binnenviel.

De deur stond op een kier en deze sloot hij, waarop een zonnestraal tussen de

deur en de drempel klem kwam te zitten.

Hij duwde door en pas toen hij het geluid hoorde van iets als brekend glas zag

hij de afgebroken zonnestraal. Snel borg hij ‘m op in de kast onder de trap.

Korte tijd later trok hij de kastdeur open. Er kwam stoom uit de kieren. Al zijn ingemaakte pompoenen en jammetjes stonden te koken. Hoe kon dat nu toch

zijn?

Het was een helverlicht gezicht, al die kokende potten op de schappen.

Pas toen hij de deur weer dichtsloeg bedacht hij zich dat hij wel iets heel

bijzonders in zijn kast had staan.

Hij kocht zaden op de markt. De mensen keken hem vreemd aan. Iemand vroeg

of hij zich soms schaamde want hij zag zo rood. Het is niets zei hij en keerde huiswaarts. Hij plantte de zaden in de aarde en zette ze in zijn kast.

 

Vanaf die dag sliep iedereen een gat in de dag.  Niemand wist waarom.

Ze noemden het de nacht. Zo ook de man, die pas na elven wakker werd.

Hij wilde uit zijn bed stappen maar voelde dat hij geen grond onder zijn voeten

had. Hij keek vanaf zijn bed over de rand en zag dat hij met bed en al door een

reuze venkel was opgetild tot in de hemel. Zijn bed hing tussen een paar

venkeltakken, die gisteren nog maar zaadjes waren. In een nacht tijd waren ze

tot in de wolken gegroeid!

 

Achter hem hoorde hij hoe iemand zijn keel schraapte en een verhaal begon.

Pardon meneer, een goede morgen, was u het niet die 1 van mijn zonnebanen

brak? Weet u wel hoe zeer dat deed? Ik wil hem terug. Ik stuur u terug naar de

aarde. Doet u dit niet dan verschroei ik u terstond.

De man schrok zich wezenloos toen hij in het verblindende gelaat van de zon

keek en zijn frons ontwaardde. Hier viel niet mee te spotten.

Hij klom voorzichtig over de rand van zijn bed en aanvaardde de terugtocht,

tak voor tak, naar beneden. Een tocht langs een venkel is geen geringe opgave.

Het kostte hem dan ook zoiets als 7 dagen, vooraleer hij vaste grond onder zijn

voeten voelde.

Hij liep terug naar huis maar werd onderweg zo vreemd aangekeken en vereerd

en overladen met je kunt het zo gek niet bedenken dat hij zich bedacht.

Nooit zou hij terugkeren en de zon zijn straal teruggeven.

Nooit! Hij leek wel gek!

 

Er gaan verhalen over mensen die verlicht waren en neerdaalden op aarde.

Zulke verhalen deden eens in de zo veel tijd opnieuw de ronde en waren vaak

in rook gehuld. Aan die verhalen zat altijd wel een luchtje. Een vreemde

verschroeide lucht…

 

>

<